"Je ziet dat vaders elkaar echt verder helpen"

Ouder zijn in detentie: daar komt veel bij kijken. Hoe blijf je een betrokken vader als je in de PI zit? De training ‘Mijn kind en ik’ helpt vaders daar al jaren bij. Omdat inzichten en behoeften veranderen, is de training volledig vernieuwd. Projectmedewerker en begeleider Jasmin Eweg heeft hier het afgelopen jaar hard aan gewerkt samen met Marieke van Zwam, landelijk projectleider. Eind oktober is de pilot van de vernieuwde training gestart in Heerhugowaard, Zaanstad en Alphen aan den Rijn.
Wat is er nieuw?
De training is zowel qua vorm als qua inhoud veranderd. Jasmin vertelt: “Vaders hebben veel eigen kennis en ervaring. Die wilden we in de training meer benutten. Daarom is de opzet nu veel interactiever: we starten sessies eerst met gesprek, en later delen we pas de theorie. Niet andersom.”
De vernieuwde training kent ook meer afwisseling, met ruimte voor verhalen, video’s en audio. Dit alles heeft zich vertaald in een nieuw werkboek voor deelnemende vaders en een nieuw draaiboek voor vrijwilligers.
Om dit alles te bereiken, heeft Jasmin eerst bij de verschillende groepen input opgehaald. Ze sprak met vaders, experts, vrijwilligers en volwassenen die als kind zelf een ouder in detentie hadden.
Wat vaders ons leerden
Jasmin werkte nauw samen met vaders in PI’s én vaders in de Exodushuizen in Utrecht, Leiden en Amsterdam. “Eén vader in Leiden keek zelfs wekelijks mee en gaf feedback op het materiaal,” vertelt ze. “En in Veenhuizen zat ik aan tafel met vaders die de oude training hadden gevolgd.”
Hun belangrijkste boodschap? Detentie maakt je niet automatisch een slechte vader. “Veel vaders denken: ‘Ik kan toch niets doen.’ Maar de training laat zien dat je wél iets kunt doen – en dat onderlinge herkenning en uitwisseling zelfvertrouwen geeft. Als er zelfvertrouwen is, dan staan de vaders ook meer open voor de volgende stap: confrontatie met de impact van arrestatie en detentie op hun kind. En wat je hier als vader mee kunt doen, vanuit de gevangenis.”
De stem van kinderen
Jasmin sprak ook met leden van de klankbordgroep van Expertisecentrum K I N D. Zij zijn allemaal kind geweest van een ouder in detentie. “Uit onderzoek blijkt dat we snel aannames doen over de impact van detentie op een kind. Maar zij benadrukken juist: elk kind is anders, elk gezin is anders. Het gaat erom dat vaders ontdekken wat voor hun gezin en hun kind belangrijk is. Zij weten vaak het beste wat hun gezin nodig heeft. En daarover kunnen ze ook met de moeder in gesprek gaan. Geen aannames, maar luisteren naar wat je eigen kind nodig heeft.” Dat uitgangspunt – ‘Wat is de behoefte van mijn kind?’ – loopt nu als rode draad door de training.
Experts en onderzoek
Jasmin sprak ook met diverse experts, zoals Angela Verhagen, Simon Venema , Jolien van het lectoraat Ouder en Gezin (Hogeschool Leiden) en natuurlijk met de mensen van Exodus’ eigen Expertisecentrum K I N D. “Hun kennis over ouder-kindrelaties en detentie heeft ons geholpen om de training stevig te onderbouwen.”

Vrijwilligers: een sleutelrol
“Ook voor de vrijwilligers die de training geven is er veel veranderd,” zegt Jasmin. “Inhoudelijk hebben we een grote stap gezet. Meer verdieping, andere opdrachten, andere theorie – we weten nu zoveel meer dan we tien jaar geleden wisten.” Ook de structuur van de sessies is veranderd. “Een sessie begint niet meer met een presentatie, filmpje of andere uitleg van de theorie, maar met een vraag aan de groep. De vaders gaan met elkaar in gesprek, delen ervaringen en leren van elkaar. Pas daarna vullen we aan met theorie.” Het idee daarachter is eenvoudig: vaders weten zelf al heel veel. Door ze meer vragen te stellen en minder adviezen te geven, krijgen ze de kans om te ontdekken dat ze zelf al heel veel weten. Door de onderlinge uitwisseling ontstaat betrokkenheid en herkenning. “We stimuleren met vragen de onderlinge interactie,” legt Jasmin uit. “Je ziet dat vaders elkaar echt verder helpen.”
Voorafgaand aan de pilot is veel geïnvesteerd in voorbereiding. Jasmin vertelt: “Sommige vrijwilligers geven de training al jaren. We vonden het belangrijk dat iedereen de kans kreeg eerst te wennen aan de nieuwe opzet.” Daarom organiseerde ze online doorloopsessies, waarin de nieuwe training stap voor stap werd doorgenomen. “We bespraken wat alle veranderingen betekenen voor je rol als trainer.” Halverwege het traject volgde nog een doorloopsessie, zodat iedereen kon oefenen en vragen kon stellen.
Ook kregen vrijwilligers de kans om feedback te geven. Eerst op het oude materiaal, met de vraag: wat wil je behouden en wat niet? En later op het vernieuwde materiaal. Jasmin vertelt: “Hun reacties waren positief: ze vinden de training afwisselend en creatief, met veel ruimte voor interactie. Sinds eind oktober draaien de eerste pilots in Heerhugowaard, Zaanstad en Alphen aan den Rijn, en we horen enthousiaste geluiden. Het is een training die nog meer aansluit bij wat vaders nodig hebben – en waarin vrijwilligers een sleutelrol spelen.”
Hoe nu verder?
De pilot loopt een jaar, met een pauze rond kerst. Jasmin volgt alles op de voet: wekelijks contact met trainers en evaluaties met vaders. “Rond de herfst van volgend jaar verwachten we de officiële lancering. Daarna willen we de training ook uitbreiden naar de huizen, en mogelijk naar andere forensische instellingen.”