Exodusvrijwilliger Jacques schaakt al vijf jaar met gedetineerden in PI Vught

Wist je dat er in PI Vught elke week wordt geschaakt? Niet zomaar voor de gezelligheid, maar omdat het gedetineerden helpt om impulsen te remmen, beter na te denken en vooruit te plannen. Vrijwilliger Jacques – al 50 jaar lid van Schaakvereniging De Vughtse Toren – zag mannen aarzelend beginnen en later diploma’s halen, en zelfs toernooien spelen.” Dit is zijn verhaal.
Hoe het begon
“Een jaar of zeven, acht geleden zag ik op televisie professor Scherder, hoogleraar neuropsychologie,” vertelt Jacques. “Die was een groot voorstander van schaken in gevangenissen. Het zou goed zijn voor de gedetineerden.”
In elf PI’s werd het schaken toen opgepakt, ook in Vught. Alleen ging daar de onderwijsmedewerker die kon schaken met pensioen. “Toen hadden ze niemand meer. Ze informeerden bij de Schaakvereniging Vught, en zo kwamen ze bij mij uit.”
Jacques kende de PI al een beetje. “Ik heb een bakkerij gehad en de PI was klant. Dus ik wist globaal wat ik kon verwachten. Maar niet dat er wel negen verschillende gevangenissen waren binnen die muren.”
Na een paar keer rondkijken en proefdraaien werd hij gekoppeld aan het team van onderwijs in het PPC. “Daar zit ik nu alweer vijf jaar.”
Schaken als oefening voor het leven
Voor Jacques draait de schaakochtend om veel meer dan het spel. “Als je schaakt, moet je nadenken. Planmatig denken. Analyseren. Niet impulsief een zet doen omdat je iets ziet en ‘bam’ meteen wil grijpen. Veel gedetineerden doen juist wel alles impulsief. Met schaken kun je daar echt verbetering in brengen.”
Er wordt dan ook serieus geschaakt. “Oefeningen alleen zou niemand leuk vinden. We oefenen wat, maar ze spelen vooral onderling. Soms onderbreek ik even. Dan vraag ik: ‘Mag ik iets zeggen? Zet die zet eens terug.’ ‘Nee hoor, we zien niks,’ zeggen ze dan na een tijdje. ‘Jij zeker wel?’ ‘Ja.’ En dan hoor je: ‘Potverdikkie, dat we dat niet gezien hebben!’”
Elke week komen er vier tot acht gedetineerden naar de schaaktraining. Van absolute beginners tot mannen die beter willen worden.
Toernooien, dagcompetities en diploma’s
Samen met onderwijs organiseerde Jacques inmiddels drie schaaktoernooien in de PI. “Niet iedereen mag overal komen, en alleen op bepaalde tijden. Dus dat is best een klus om te organiseren. Er deden telkens tussen de 45 en 60 mensen mee.”
Ook speelde een team van vier gedetineerden al twee keer mee met een digitale dagcompetitie tegen andere PI’s. “De eerste keer werden we vijfde. De laatste keer tweede. Dat vonden ze fantastisch.”
En toen kwam de vraag: kunnen we ook een diploma halen?
“Ze zijn gek met diploma’s,” lacht Jacques. “Maar ja, voor de officiële Stappendiploma’s van de KNSB moet er een examinator komen. En op een diploma moet een volledige naam staan. Dat is in de PI niet gewenst. Dus hebben we het buitenom geregeld. Ik mocht zelf de examinator zijn. De diploma’s kregen ze individueel, want je mag er niet mee rondlopen.”
Maar het lukte:
14 gedetineerden slaagden voor Stap 1.
Volgende week doen alweer zes mensen examen voor Stap 2. “Bij de uitreiking waren ze zó trots. Het geeft ze een extra stimulans om door te gaan.”
Een vader en zoon, verbonden door een schaakbord
Eén moment blijft Jacques bijzonder bij. “Een man kwam naar me toe om me te bedanken. ‘Tweeënhalf jaar geleden kon ik niks,’ zei hij. ‘Nu kan ik het al een beetje, en ik heb ook geleerd hoe je het noteert.’ Elke zondag belt hij zijn zoontje van tien. Op een gegeven moment ben je dan uitgepraat. Toen zei dat jochie: Pa, zullen we een potje schaken? Ik heb hier een bord, jij daar. Dan kunnen we het opschrijven.”
Jacques glimlacht. “Ja, dan weet je waar je het voor doet.”
Veiligheid? ‘Ik ben iemand van buiten.’
Sommige mensen vragen of hij nooit bang is. “Nou nee,” zegt Jacques. “Ik heb altijd een pieper bij me. Ja, het zijn mensen die zware dingen gedaan hebben. Maar ik voel geen enkele bedreiging.”
Gedetineerden kunnen soms dreigend zijn richting personeel. “Dat is één kliek in hun ogen. Ik niet. Ik ben iemand van buiten. En ik ben voor hen."
Zolang het kan, blijft hij komen
Jacques is voorlopig niet van plan te stoppen.
“En mocht het ooit nodig zijn, dan ligt het in de week bij de schaakvereniging dat iemand anders het kan overnemen.”