“Mijn grootste fout is dat ik eigen rechter heb gespeeld”
Exodusdeelnemer Mario (61) vertelt in de Bonjo over zijn tijd in detentie en hoe hij er beter is uitgekomen. Hij neemt deel aan een begeleidingstraject van Exodus om veilig terug te keren in de samenleving. “Ik word blij als ik iemand een hart onder de riem kan steken. “

© Exodus Nederland
Wie ben je en hoe lang heb je in detentie gezeten?
“Ik groeide op in Rotterdam. Mijn ouders zijn overleden toen ik drie was en toen kwam ik, samen met mijn broer, bij een pleeggezin terecht. Mijn pleegvader was voorzitter van de voetbalvereniging en we woonden boven de club. Ik speelde veel buiten; ik hield van voerballen, knikkeren, kerstbomenjagen en kattenkwaad uithalen. Op de lagere school kreeg ik vaak strafwerk; toch ging ik graag. Ik vond het fijn om te kleuren en te tekenen. As puber had ik interesse in wiskunde, biologie, natuurkunde en scheikunde. Ik wilde eigenlijk sportleraar worden, maar ik hield ook van techniek, mensen en fotografie. Ik maakte van mijn hobby m’n werk en ik bracht uiteindelijk zo’n 37 jaar als röntgenlaborant in het ziekenhuis door. Fascinerend vond ik het, om als ‘fotograaf’ te zien dat mensen lepels inslikken. Mooi ook, om iets in relatief korte tijd voor een ander te kunnen betekenen. Terugkijkend op mijn jeugd was ik een lieve en beleefde, maar nogal onrustige en schuchtere jongen. Ik was gek op muziek, grapjes en gezegdes. Ik ben een gevoelig mens; ik word blij als ik iemand een hart onder de riem kan steken. Als iemand iets goeds doet, dan vind ik het belangrijk om dat te benadrukken. Dat kan met een vriendelijk woord of klein gebaar, een kaartje. Als kind heb ik dat misschien wel gemist.
Hoe kwam je in detentie terecht?
“Mensen bewandelen soms het slechte pad. In mijn geval betekende dat veel drank en drugs gebruiken. Mijn grootste fout is dat ik ‘eigen rechter’ heb gespeeld. Dat is verboden en daarom heb ik 28 maanden vastgezeten.”
Sinds wanneer ben je vrij en hoe werk je aan je re-integratie?
“Sinds 15 april 2026 ben ik vrij en woon ik bij Exodus. Ik voer gesprekken met mijn trajectbegeleider, reageer op woningen, onderhoud de tuin en werk als vrijwilliger in het buurthuis waar ik als hulpkok het eten verzorg voor 24 ouderen. Ik ga naar de sport-school, leg nieuwe sociale contacten en ik probeer het huis schoon te houden; een opgeruimd huis is een opgeruimde geest.
Ik heb veel spijt van de dingen die ik heb gedaan. Door drank- en drugsgebruik heb ik jaren stilgestaan in het leven: mijn geestelijke ontwikkeling en financiële verrijking stopte. Ik ben mijn baan en rijbewijs kwijtgeraakt, heb mijn huis moeten verkopen en het ergste van alles; ik heb mijn zoon en dochter al bijna tien jaar niet gezien. Dat contact zou ik ontzettend graag herstellen. Samen met mijn begeleider bespreek ik hoe ik dit het beste kan aanpakken en hoe ik kan omgaan met eventuele teleurstellingen.
Tijdens die drie jaar in detentie, ben ik als het ware tien jaar ouder geworden. Het lijkt alsof ik op sommige gebieden een beetje ‘achterloop’. Zo weet ik digitaal de juiste weg niet altijd te bewandelen, maar ook hierbij krijg ik gelukkig hulp.”
Wat vond je het zwaarste tijdens je gevangenschap?
“Ik vond het zwaar om opgesloten te zitten met iemand anders. Je kon dan natuurlijk met elkaar praten of kaarten, maar ik kon me ook snel ergeren aan andermans gedrag. Op sommige plekken in de bajes, zoals in de keuken, voelde ik me nooit op mijn gemak. Zodra je je daar omdraaide, was je je spullen kwijt. Je moest steeds op je hoede zijn.”
En wat heb je geleerd toen je vastzat?
“Ik leerde geduld opbrengen. Bij mij gebeurt alles het liefst vandaag nog, maar in de gevangenis duurde het soms drie weken voordat ik bij mijn casemanager kon aankloppen. Elk nadeel kan ook een voordeel hebben. Mediteren hielp me om de tijd te doden en het contact met bajesvriendjes zorgde voor minder mentale pijn. Ik leerde er ook om iets minder driftig te zijn want bonje moet je hoe dan ook voorkomen.”
Hoe ziet jouw droom over de toekomst eruit?
“Heel veel willen is een probleem. Hoe harder je knijpt in een handje vol zand, hoe eerder de zandkorrels tussen je vingers glippen Maar … Ja, ik zou dolgraag mijn kinderen zien. Ik heb heel veel van hun tienertijd gemist. Ik wil er voor hen zijn als vader. Ik zou ook weer aan het werk willen gaan en zelfstandig wonen. Wie weet schrijf ik ooit een boek. Op dit moment voel ik vooral dankbaarheid. Ik ben dankbaar dat ik nog leef. Ik houd van het leven en probeer het positieve van bepaalde gebeurtenissen te zien. Ik heb vertrouwen in de mensheid en een bepaalde hoop dat het goedkomt met mij. Zonder hoop vaart men niet wel. De wereld is mooi, het leven is een paradijs; je moet alleen je ogen opendoen.”
---
Lees het interview met Mario in de Bonjo (Bonjo van oktober 2026).
