Begeleider Fleur: “Goede begeleiding is een kwestie van echt contact maken."

Begeleider Fleur: “Goede begeleiding is een kwestie van echt contact maken."

                 “Goede begeleiding is een kwestie van echt contact maken”

 

Fleur begon in 2018 als stagiaire bij Exodus, vanuit de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Hogeschool Utrecht. Na haar stage werkte ze als invaller slaapwacht en in de zomer van 2020 is ze gestart als forensisch trajectbegeleider.

“Met dit werk kan ik verschil maken. Wat ik heel leuk vind, is de moeilijkheidsgraad. Geef mij vooral de ‘zwaarste’ casussen. Laat mij maar puzzelen en mijn creativiteit gebruiken. Ik vind het een uitdaging om te kijken hoe ik een benadering die niet werkt kan ombuigen naar het doorbreken van bepaalde gedragspatronen.

Vertrouwen
Onze deelnemers hebben dikwijls weinig tot geen vertrouwen in zichzelf. Het vertrouwen winnen van sommige deelnemers kan behoorlijk lang duren. Vaak herhaal ik ‘al vertrouw je me pas over een jaar, ik geef je rustig de tijd. Ik heb geduld, ik wacht wel. En ik ontvang je met open armen’. Zulke uitspraken zijn ze niet gewend. Ik vertel daarbij uiteraard dat ze zo’n proces van leren bouwen of vertrouwen op de ander in hun eigen tempo en op hun eigen manier mogen doen. Onze deelnemers willen gezien worden en ik wil dat ze voelen dat ik daadwerkelijk alle tijd voor ze neem.

Verbinding
Het is dus niet voor niets dat ik erg veel investeer in het maken van verbinding met de deelnemers. Dat doe ik door aan te sluiten bij hun belevingswereld, door uit te vogelen wat iemand beweegt, waarvan iemand gelukkig wordt. Door iemand écht te zien. Dat kost niet alleen tijd, maar die instelling vergt ook een open blik. Als iemand net bij ons binnenkomt, zorg ik dat ik heel veel contact met hem of haar heb. Ik check elke dag hoe het met iemand gaat. Verdient iemand een compliment? Dan zorg ik dat ik mijn waardering voor iemand uitspreek, desnoods via een appje.

Extra stap
Soms zet ik dus nét een extra stap voor een deelnemer die het zichtbaar moeilijk heeft. Zo kan het zomaar gebeuren dat ik dagelijks even kort check hoe iemand zich voelt. Of als iemand naar zijn of haar ouders gaat, dan zeg ik ‘doe de groetjes van Fleur’. Dan kijken ze eerst nogal raar aan, maar meestal krijg ik wél de groetjes terug, ook al heb ik die ouders nog nooit gezien. Goede begeleiding bieden is een kwestie van echt contact maken.”

Emoties
Vorig jaar woonde hier een jonge deelnemer die zijn emoties niet wilde, kon of durfde te uiten tijdens de begeleidingsgesprekken. Hij sloeg voortdurend dicht. Ik heb hem toen gevraagd of hij zijn week eens op papier wilde zetten. Ik had een boekje voor hem gekocht met de tekst ‘you go for it’. En weet je wat? Het opschrijven van zijn doen en laten werkte! Ik kreeg ineens hele verhalen voorgeschoteld. Naar aanleiding van zijn teksten kon ik hem vragen stellen waarop hij wél antwoorden gaf. Hij nam me in vertrouwen: zo schreef hij op een gegeven moment zelfs dat hij een nieuw delict had gepleegd. Zoveel openheid kan natuurlijk moeilijke dilemma’s met zich meebrengen voor de begeleiding. Op zo’n moment is de vraag immers: wat nu?

Samen
Een andere deelnemer vond het bijvoorbeeld spannend om naar de huisarts te gaan. In zo’n situatie zeg ik: ‘we gaan gewoon samen. Je hoeft dit niet alleen te doen. Ik ga met je mee’. Ik benadruk dan expliciet dat iemand het niet alleen hoeft te doen; vaak hebben deelnemers het altijd alleen gedaan. Samen is niet voor niets een belangrijke kernwaarde voor onze organisatie en deze waarde komt terug in onze methodiek Jouw kracht. Waar mogelijk betrekken we de naasten bij de begeleiding. Relaties zijn een echte gamechanger; familieleden kunnen een enorme steun zijn. Veel deelnemers willen het graag goed doen ‘voor hun familie’. Ze zeggen dingen als ík heb mijn moeder lang in de steek gelaten’ en Ík heb mijn kinderen nooit gezien’.

Eenzaamheid
Het is natuurlijk zo dat deelnemers vaak lang in een bepaald wereldje hebben geleefd en voor veel mensen is het lastig om afstand te doen van hun ‘oude’ netwerk. Dat betekent namelijk dat ze hun vrienden moeten loslaten waarna eenzaamheid op de loer ligt. Die eenzaamheid werkt vervolgens weer door op hun mentale gezondheid. Ik zie het hier vaak misgaan omdat deelnemers toch weer bezig zijn met hun oude netwerk.

Muur van onmogelijkheden
In het begin zien deelnemers soms ook echt niet waar ze moeten beginnen. Ze hebben vaak ontzettend veel schulden, missen in de regel een cv en goede motivatiebrief, en het ontbreekt hen aan een laptop waardoor ze allerlei administratieve dingen via hun telefoon moeten doen. Geldgebrek, en de stress die daarmee gepaard gaat, is een zwaarwegende factor om weer ‘ander gedrag te activeren’. Een baan kan dan tegenwicht bieden want werk betekent inkomen; geld zorgt ervoor dat iemand niet steeds tegen een muur van onmogelijkheden oploopt. Tegelijkertijd is sporten superbelangrijk. Sport zorgt niet alleen voor zingeving, maar levert ook (nieuwe) sociale contacten op en bewegen is een remedie tegen neerslachtigheid.

Respect
Het moge duidelijk zijn: een begeleidingstraject volhouden is echt niet gemakkelijk. Deelnemers leren mij wat volharden is. Ik heb veel respect voor die gasten. Sommigen staan om vijf uur ’s ochtends op en fietsen minstens drie kwartier door knetterharde regen naar de andere kant van de stad. Vreselijk, maar dat doen ze wel. Na een lange werkdag komen ze doodmoe thuis en dan mogen ze niet drinken. Ze mogen geen drugs gebruiken. Ze worden de hele dag door ons in de gaten gehouden. Dat lijkt mij verschrikkelijk. Toch houden de meesten het maandenlang vol en dan denk ik ‘wow, jij kan dat gewoon’. ‘Ik zie je’, zeg ik dan. ‘Ik zie ook je struggles en ik ben er voor je’.”  

                                                      ---