Zeven kansvragen aan Exodusoprichter Jan Eerbeek

Zeven kansvragen aan Exodusoprichter Jan Eerbeek

 

                                   “Ik wil mensen thuisbrengen in hun leven”

 

Exodus biedt mensen die met justitie in aanraking zijn gekomen al meer dan veertig jaar nieuwe kansen. Binnen onze nieuwekanscampagne past een interviewrubriek waarin we onze (keten)partners enkele kansvragen stellen. In deze rubriek zien we onze kans schoon met Jan Eerbeek,
Exodusoprichter en oud-voorzitter Kerken met Stip (KMS).

1 Welke nieuwe kans die u zelf kreeg of greep had ingrijpende gevolgen voor uw leven − en op welke wijze?

“Eind jaren zeventig kreeg ik de kans om justitiepredikant te worden. In het Huis van Bewaring in ’s Hertogenbosch zag ik destijds heel veel jonge mensen de gevangenis in- en uitgaan, en het leek net alsof we dat in de samenleving normaal vonden. Ik zag dat gedetineerden de geestelijk verzorgers binnen de muren nodig hadden, maar ik dacht dat we na detentie misschien nog wel harder nodig zouden zijn. Vanuit dat idee is in 1981 het Open Huis en in 1986 het eerste Exodushuis in Den Haag ontstaan. Tien jaar later, in 1996, ontstond er een nieuwe kans om samen met het rooms-katholiek justitiepastoraat meer vrijwilligers uit de kerken te betrekken bij de begeleiding en nazorg van ex-gedetineerden. Datzelfde jaar kwamen er meer Exodushuizen in Nederland, allemaal kansen. In je leven krijg je altijd kansen; aan jou de uitdaging om de kansen die je krijgt daadwerkelijk te grijpen. Dankzij alle kansen die ik kreeg, werd mijn geloof gaandeweg minder theoretisch; het is praktischer geworden. Zo doe je iets voor mensen die vastgelopen zijn en een delict hebben gepleegd, en tegelijk doe je iets voor de samenleving om de criminaliteit te verminderen.”

2 Wat is de reden dat u mensen (graag) een nieuwe kans geeft?

“Mijn ouders hebben mij, als enige zoon, altijd alle kansen gegeven die ik nodig had of waarvan zij dachten dat ik ze nodig had. Hun houding van ‘niemand uitsluiten, iedereen hoort erbij’ is al snel in mijn geloofsleven terechtgekomen. Mijn roeping is het appel van de gedetineerden zelf. Ik wil mensen thuisbrengen in hun leven. Niet zozeer met veel woorden, maar met hun levenssituaties doen zij voortdurend een appel op mij. De zin van mijn leven ervaar ik in mijn relatie tot de ander. Daarom is het ook geen opgave, maar betekent het ook iets voor mezelf. Daarbij speelt mijn geloof een rol, want Onze Lieve Heer heeft een voorliefde voor mensen die in de knel zitten. Daar heb ik ook politiek op ingezet, omdat ik de overheid zie als een schild voor de zwakkeren.”

3 Welke nieuwe kans gaf/gunde u uw medemens waarvan u weet dat deze ingrijpende gevolgen had?

“Als geestelijk verzorger luister je naar mensen. Je hoort hun levensverhaal, je luistert naar hun verlangens en hun wanhoop. Je gunt en geeft (ex-)gedetineerden kans na kans. Je moet diep luisteren, op de vierkante millimeter van het persoonlijke, en vervolgens moet je op de vierkante kilometer van de samenleving ook daadkrachtig gaan acteren om blokkerende structuren te veranderen. Als gemeenteraadslid heb ik initiatieven genomen met betrekking tot maatschappelijk herstel voor kwetsbare groepen. Bij Exodus heb ik deelnemers gezien die er op de langere termijn in slaagden een nieuw leven op te bouwen, voorbij de uitzichtloosheid en de criminaliteit. In een Exodushuis, of tijdens het nazorgcontact met een vrijwilliger, zetten ze de eerste stappen naar een nieuwe toekomst; dat gaat met vallen en opstaan. Met correcties, maar ook met aanmoedigingen. Vele jaren geleden zag ik in Exodusverband een muziekcompetitie tussen de huizen. De bewoners traden op met veel passie. Ze kregen, misschien wel voor het eerst van hun leven, applaus. Ze werden toegejuicht. Hoe mooi is dat, om daaraan bij te dragen.”

4 Welke nieuwe kansen creëert u graag samen met Exodus voor mensen die met justitie in aanraking zijn gekomen?

“Exodus heeft van oudsher vier sleutels: wonen, werken, zingeving en relaties. Na detentie hebben mensen doorgaans enkel netwerken in de rafelranden van de maatschappij of in de onderwereld. We moeten vooral werk maken van de relationele kant, en van zin- en betekenisgeving in de bovenwereld. Vandaar dat Exodus en Kerken met Stip (KMS), waar ik tot voor kort voorzitter van was, recent een intentieverklaring getekend hebben met betrekking tot de vrijwilligersinzet. Het betreft een samenwerking die draait om relaties, zingeving en een duurzame terugkeer. We bundelen de forensische kennis en methodische begeleiding van Exodus met de ervaring en werkzaamheden rondom zingevingsvragen en -bronnen van KMS.

Het gaat mij om het scheppen van mogelijkheden waarbij mensen een nieuw duurzaam netwerk krijgen; dat ze mee gaan doen in de buurt waar ze wonen, in een geloofsgemeenschap of op een andere betekenisvolle plek. Zo kreeg KMS contact met een jonge vrouw die in de gevangenis tot geloof gekomen was. Ze schreef dat ze na haar detentieperiode graag naar de kerk wilde. Via de diaconaal pastor kreeg ze bezoek van een getrainde vrijwilliger uit haar toekomstige woonplaats die samen met haar op zoek ging naar een voor haar geschikte kerk. Ook heb ik regelmatig telefonisch contact met een man die in de gevangenis de kans kreeg om theologie te studeren. Als hij straks buiten staat, kan hij pastor worden. Het is zinvol wanneer we de ander binnen én buiten blijven vragen ‘hoe geef je betekenis aan je leven?’. In het antwoord ligt een kans besloten om daar samen met de ander aan te werken, en hoopverlener te worden.”        

                                   

5 Welke nieuwe kansen ziet u voor het forensisch werkveld?

“In het forensisch werkveld zie ik kansen liggen voor brede lifestyle programma’s, vooral voor jongeren, om verkeerde routines om te buigen. Om ze te leren een zinvol leven te leiden waarin ze zichzelf met al hun mogelijkheden kunnen ontplooien. Om goed te kunnen functioneren en participeren heb je een ‘sense of belonging’ nodig. Een gevoel dat je ergens bij hoort. Wij moeten mensen die met justitie in aanraking komen, laten ervaren dat we ze nodig hebben. Er zijn heel veel gedetineerden die echt iets goed willen maken of iets goed willen doen. Naast gedragsinterventies moeten we hen dus betekenisvolle ervaringen laten opdoen. Daarmee kan men al in de gevangenis een begin mee maken. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de Exodusvakantiekampen, waarbij jullie de vaders in detentie bij de opvoeding van hun kinderen betrekken.”

6 Welke nieuwe kansen gunt u gedetineerden binnen de penitentiaire inrichtingen?

“Ik gun ze vooral dat ze een nieuw levensgevoel krijgen. En dat ze gemotiveerd worden om een nieuw leven op te bouwen. En dat het een beetje lichter wordt. We kunnen ook een beetje humor en vrolijkheid inbrengen. Toen ik predikant was in de PI, riep ik weleens tegen de gedetineerden die scheef en onderuitgezakt op hun stoelen zaten en niet meededen met zingen: ‘zet die klankkasten eens open. Buiten, op de tribunes, konden jullie ook gewoon You’ll Never Walk Alone zingen. Dus dan kan dat hierbinnen ook’. In zo’n kerkdienst wil je mensen juist een beetje oppeppen, het moet niet allemaal kommer en kwel zijn. Daarnaast hoop ik dat de inrichtingen nog iets toegankelijker worden voor vrijwilligers. Zij brengen een leuke sfeer mee naar binnen en dat kan iets doen met het levensverlangen van gedetineerden. Velen verlangen naar ‘een gewoon leven’ met een huisje, boompje, beestje. Dat verlangen kunnen ze op eigen kracht niet altijd vasthouden. Ik gun het ze dat ze buiten de gevangenis opnieuw een geestelijk verzorger, begeleider of vrijwilliger treffen met wie ze een vertrouwensrelatie kunnen opbouwen en dat ze in hun ontheemding, verlatenheid en verlieservaringen toch een gewoon stabiel leven kunnen opbouwen.”

7Welke nieuwe kansen gunt u onze samenleving?

“Ik gun ons als samenleving een klimaat waarin mensen die vastgelopen zijn weer in ons midden thuis kunnen komen. Dat thuiskomen gebeurt niet vanzelf. Dat vraagt om motivatie en inzet van de ex-gedetineerden zelf, en dat vraagt inzet van professionals en vrijwilligers om bij dat thuiskomen te helpen. Draagvlak in de samenleving is voor alle betrokkenen nodig om resultaten te boeken. Ik heb altijd ervaren dat velen bereid zijn daaraan een steentje bij te dragen.”

                                                                    ---